Drie bankiers over crisis, recessie en criteria voor bedrijfsfinanciering

Ruim een kwart van de Nederlandse ondernemers denkt de komende zes maanden problemen te krijgen met het verkrijgen van een nieuwe financiering, zo blijkt uit een begin februari door Deloitte gepubliceerd onderzoek. Daarom voelde Control een drietal bankiers aan de tand: hoe kijken zij nu zelf aan tegen de situatie? Wij spraken met Arthur van Midden, directeur Sales Nederland van SNS Property Finance, Diederick van Mierlo, Hoofd Credits NL van ABN AMRO en Ruurd Verdam, directeur Strategie van Friesland Bank.

Drie bankiers over crisis, recessie en criteria voor bedrijfsfinanciering

Jullie worden alle drie geconfronteerd met dat beeld in de media, dat jullie nauwelijks bereid zouden zijn om nieuwe kredieten te verlenen, tenzij onder steeds strikter condities.

Van Midden: Ik herken het geluid uit de media, maar ik ben het er slechts deels mee eens. Aan de sales-kant van de bank heb ik te maken met een pricing issue en een risicoafweging. Als je marges kleiner worden, dan probeer je je geld in te zetten voor de betere transacties. Daardoor wordt je ook aan de voorzijde automatisch risicobewuster. Onze manier van werken is niet veranderd, wel zijn we door de gewijzigde marktomstandigheden alerter geworden.

Verdam: Banken beginnen trouwens wel voorzichtig weer wat aan elkaar te lenen, de rente lijkt laag, maar dat allemaal alleen voor de héél korte termijn. Als wij iemand krediet willen verlenen is dat natuurlijk wel voor de langere termijn. En als wij als bank voor langere termijn geld proberen te krijgen, dan blijkt dat razend moeilijk of je betaalt er echt de hoofdprijs voor.

Van Mierlo: Nou, ik zie het toch wat genuanceerder. De echt grote problemen, de enorme afschrijvingen rond wat poisoned assets heet, daarbij ging het veelal om gestructureerde producten, die op de internationale kapitaalmarkt doorverkocht en gekocht werden. Niemand weet nog hoe die portefeuilles te waarderen. Dat is de belangrijkste reden voor de internationale crisis die ontstaan is – een vertrouwenscrisis tussen banken. Maar binnen de bank zelf is dat maar een heel klein deel van de activiteiten. Voor het publiek is een bank een bankkantoor waar je naar toe gaat om geholpen te worden, met geld of een lening. En daar wordt, althans bij ABN AMRO, nog gewoon als voorheen krediet verstrekt.
We komen uit een periode, waarin er ongelooflijke hoeveelheden liquiditeiten beschikbaar waren. De kapitaalmarkten werden jaar na jaar verder geliberaliseerd, waardoor het steeds gemakkelijker werd om ‘nieuw’ geld te creëren. En die mogelijkheid is nu abrupt gestopt.
We zijn met zijn allen weer heel hard op zoek naar… eigenlijk het oude bankieren, zoals   banken gewend waren vóór de uitvinding van financial engineering. Daarbij horen ook bepaalde waarborgen. Waar een bedrijf twee jaar geleden kon zeggen: ik kan vijf of zes keer mijn kasstroom belenen om een overname te financieren, ja, dat soort verhoudingen zijn intussen wel gewijzigd!

Hoe zouden jullie je markt, de Nederlandse economie, nu inschatten?

Van Mierlo: Moeizaam. Eerst werden onroerend goed en de bouw getroffen, ook door de producten waar zij gebruik van maken. Maar inmiddels is er eigenlijk geen sprake meer van alleen een kredietcrisis, maar van een serieuze vraaguitval. De consument gelooft niet meer dat het allemaal wel meevalt en is opgehouden met besteden.

Van Midden: In de vastgoedmarkt valt op dat er vooralsnog geen echte verliezen lijken te zijn geëffectueerd. Her en der zijn er wel problemen, maar nog niet zo zichtbaar als je zou verwachten. Potentiële verliezen die boven de markt hangen zijn nauwelijks in te schatten.
Taxateurs hebben grote moeite om ‘waarde’ te bepalen – er zijn nauwelijks referentietransacties. Kopers rekenen al op flinke kortingen, terwijl de verkoper nog een oude prijs in de boeken heeft staan. Ze komen niet bij elkaar.

Verdam: Ik ben het eens met wat je net zei, er is geen referentiekader, en er zijn te weinig transacties. Ik heb dat in mijn carrière niet eerder meegemaakt, deze enorme vraaguitval binnen een paar weken of maanden. In alle sectoren. Een fraai kengetal vind ik altijd: wat kost het om een container de oceaan over te sturen? Die prijs viel in een paar weken terug naar niveaus van twintig jaar geleden! Dat geeft aan dat we wereldwijd met een vraaguitval worstelen!

Is dat dus de crux? Vraaguitval?

Van Mierlo: Ja, maar er is meer dan dat. Ik denk dat er inderdaad ook nog de nodige lucht moet uit de waarderingen. Zeker als de banken weer meer op zaken als weerstandsvermogen letten en wat minder op toekomstige kasstromen dan leidt dat onherroepelijk tot minder financieringen.

Verdam: We zijn natuurlijk met die te goedkope kredieten door de hele economie te ver doorgeschoten. We worden nu veel voorzichtiger met onze scenario’s dan een paar jaar geleden, toen de sky the limit leek.

Als er algemeen sprake is van vraaguitval, zal er logischerwijs ook minder krediet gevraagd worden, dezer dagen…

Verdam: Ja, dat merken we zeker. Gelukkig hadden en hebben we in ons land een relatief redelijke uitgangspositie. Ons bedrijfsleven stond er qua financiën heel wat beter voor dan zeg in 2000. Toen hadden we net een hele hausse aan overnames achter de rug, en was de vermogenspositie veel zwakker.  De werkeloosheid is relatief laag. Maar we gaan onherroepelijk negatieve groeicijfers zien, ook in de bancaire sector. Er worden minder kredieten gevraagd, en ik neem aan dat dat voor alle banken geldt.

Van Mierlo:  Het verschil van nu met 2000 is wel, dat er toen altijd wel een koper was te vinden. Er was veel liquiditeit beschikbaar. Zelfs voor een verlieslatend autodealerschap was er altijd wel iemand die er wel wat mee dacht te kunnen. Heel anders dan nu – er is nu bijna geen partij te vinden die nog wil kopen. Er is dus niet alleen sprake van vraaguitval bij de autokopers – er is geen partij te vinden die bereid is verder te gaan met dat bedrijf. Een ander veelbetekenend containersignaal: In Rotterdam is nagenoeg geen plek meer te vinden om lege containers op te slaan!

Als er nu toch een ondernemer bij jullie komt om krediet, wat zijn dan de belangrijkste drie issues waar jullie hem of haar over bevragen?

Verdam: Let enorm op je financiële stromen, zeker als het een bedrijf is dat veel werkkapitaal nodig heeft. Zit daar weinig speling in, dan krijg je het moeilijk. Stuur daar dus ook sterk op. Als je zelf voorraden aanhoudt, probeer die te minimaliseren. Let op liquiditeit, ga heel strak achter je debiteuren aan. En als derde: kijk nog eens goed naar je managementinformatie. Zorg dat je weet wat er gebeurt, dat je niet voor verrassingen komt te staan. Heb je daar de capaciteit niet voor, huur dan tijdelijk een expert in!

Van Midden: Doordat wij projecten benaderen vanuit onze vastgoedexpertise, kunnen we een goede inschatting maken van de risico’s. Wij hebben zeer veel aandacht voor de cashflowdekking in de portefeuille. Er zijn klanten die een overnamekas hebben en probleemloos kunnen kopen. Klanten met verminderde liquiditeit en krappe cashflows adviseren we momenteel: richt je nu primair op beheer. Zorg dat je je huurders bij de les houdt. Probeer de huren te optimaliseren. De verhuurmarkt kan op dit moment een veel interessantere markt zijn. In feite dus ook allemaal gericht op het aan de gang houden van je cash flow.

Jullie adviezen lijken er vooral op gericht de klant minder afhankelijk van jullie krediet te maken…

Van Midden: Het gaat momenteel niet alleen om de nieuw te verstrekken kredieten, maar ook om de reeds lopende financieringen van klanten. Zolang binnen onze financieringsportefeuille de huurpenningen binnenstromen, krijgen wij onze rente en aflossingen. Dat is zowel in het belang van de klant als van ons. Voor wat betreft nieuwe kredieten geldt dat we samen met de klant zoeken naar de juiste financiële oplossing voor het voorliggende project. Hierbij houden we rekening met de veranderde marktomstandigheden en voeren we een zorgvuldige risicoanalyse uit.

Verdam: Wat dat betreft is bankieren heel gemakkelijk: een bank is vooral gebaat met een blije, financieel gezonde klant. Dus om hem op de korte termijn op financieringslasten te jagen die misschien voor ons wel goed lijken, maar hem schaden, dat is voor ons ook niet goed.

Van Mierlo: Ik heb dan ook nog een tip voor de lezer: Zorg dat je je bankier aan boord houdt! Informeer hem of haar tijdig als er dingen zijn die het waard zijn te vertellen. Verslechtering van de liquiditeitspositie, grote verliesposten, ineens sterk terugvallende omzetten; reorganisatieplannen die doorgevoerd worden waar wellicht additionele financiering voor nodig is. Ga niet bellen op het moment dat de fiscus al bodembeslag gelegd heeft!

Verdam: Ik denk dat beide partijen, bank en klant, erbij gebaat zijn als ze het erover eens zijn welk risico er als onderneming gelopen wordt. Als je dingen verzwijgt, of de bank komt er te laat achter, dan wreekt zich de zwakke relatie snel. Een open communicatie is nuttig  en nodig.

Van Mierlo: Wat dat aangaat, begin tijdig met die herfinanciering. Als je te maken hebt met een syndicaat van banken, Nederlandse, maar zeker als er buitenlandse bij betrokken zijn, en je weet dat de einddatum van die faciliteit maart volgend jaar is denk dan niet dat een maand van tevoren vroeg genoeg is om de herfinanciering te regelen.
Een ander belangrijk ding is dat je als ondernemer meerdere scenario’s zou moeten hebben klaarliggen. Moet ik mensen ontslaan? Moet ik bepaalde bedrijfsactiviteiten staken? Wat als mijn omzet twintig procent daalt? Alleen naar je bank kijken helpt niet, zij zullen in principe niet bereid zijn om verlies te financieren. Als aandeelhouder ligt de bal bij jou.
Laat je daarin goed adviseren en benader met de resultaten, onderbouwde plannen, proactief je bank. Kom zelf met oplossingen, dan sta je het sterkst.

Van Midden: In dit soort situaties is het van belang je huiswerk goed te doen. Laat liquiditeitsprognoses maken! Het is heel goed om al voor het echt minder wordt de eigen interne informatievoorziening nog eens flink op te schudden, desnoods door externen. Zodat je er helemaal klaar voor bent, als zich een (her)financieringsmoment aandient. Dat je scenario’s goed kunt doorrekenen, dat je weet waar de zwakke plekken zitten en in welke richting er een oplossing mogelijk is. Dat je met andere woorden weet aan welke knoppen je überhaupt kunt draaien, met welk effect.

Zien jullie voor jezelf als banken ook een rol als de-escalator? Zullen jullie extra coulant zijn voor sleutelspelers?

Van Mierlo: Een in de kern gezond bedrijf waar wij een goede relatie mee hebben, heeft een streepje voor. Zoals bij alles in het leven er is natuurlijk een grens, waar die precies ligt, dat weet ik niet. Ook voor ons is de huidige situatie pionieren.

Verdam:  Dat is voor een deel natuurlijk wel de ellende van het nieuwe boekhouden – vroeger kon je die waarde van een lening wel even vasthouden, als je vertrouwen had in een correcte aflossing, maar als je nu de dagwaarde moet rapporteren en niemand kent die….
Daarmee is veel van de huidige enorme onzekerheid gecreëerd. Het boekhoudsysteem heeft daar een bizarre rol in gespeeld. Een belangrijk advies is dus, ook voor de klant: richt je zaakjes zo in, dat je altijd reserves genoeg hebt om door een moeilijke periode heen te komen.

Van Mierlo: En dat is eigenlijk een advies dat altijd verstandig is, niet alleen in tijden van crisis en recessie.

Om deze website goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid. Instellingen Direct Accepteren
sluiten